7 september 2017

"Zware discussies gehad met de toenmalige leiding van Samusocial"

 

Geachte Voorzitter,

Beste Collega’s,

Als voormalig GGC-Collegelid bevoegd voor Bijstand aan Personen ben ik graag ingegaan op de uitnodiging om te getuigen voor deze onderzoekscommissie over de Samusocial.

In mijn uiteenzetting wil ik het graag hebben over 3 zaken:
1. Een korte historiek van mijn samenwerking met de leiding van de Samusocial.
2. De financiering van de Samusocial door de GGC
3. Een aantal besluiten


1. HISTORIEK:

Het begin

In juli 2009 werd ik samen met collega Evelyne Huytebroeck bevoegd voor ‘Bijstand aan Personen’ in het GGC-College. Deze bevoegdheid houdt ook in dat ik met mijn collega verantwoordelijk werd voor de daklozenopvang en de organisatie van de Winteropvang in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In dit verband had ik ook te maken met de Samusocial.

Als GGC-Collegelid volgde ik feitelijk Pascal Smet op, die tussen 2004 en 2009 samen met Evelyne Huytebroeck bevoegd was voor Bijstand aan Personen. Het kabinet-Huytebroeck kan in 2009 dus terugvallen op 5 jaar regeringservaring in GGC-dossiers, terwijl ikzelf nog nieuw was in deze materie. Maar samen met mijn kabinetsmedewerkers werk ik me gaandeweg in dit boeiend beleidsdomein in. Ook ontwikkelt mijn kabinet doorheen de jaren een goede werkrelatie met het kabinet van Evelyne Huytebroeck.

Vanaf het najaar van 2009 heb ik een hele reeks ontmoetingen met organisaties uit de daklozensector. Mijn eerste persoonlijk contact met de Samusocial dateert bijvoorbeeld van november 2009, wanneer ik een bezoek breng aan de hoofdzetel van de Samusocial en er directrice Pascale Peraita ontmoet. Tijdens die ontmoeting wordt ook afgesproken dat ik vlak voor Kerstmis 2009 zal deelnemen aan de zogenaamde mobiele brigade (de ‘maraude’) van de Samusocial. Deze nachtelijke deelname aan de ‘maraude’ bleek een zeer leerrijke ervaring. Het liet me toe om de situatie van dakloze mensen in de winter, en de werking van de Samusocial op het terrein, nog beter te leren kennen.

Als GGC-Collegelid werd ik trouwens snel geconfronteerd met het dossier van de Winteropvang. De winter 2009-2010 is immers streng, met stevige vriestemperaturen vanaf december 2009.

Tijdens mijn ontmoetingen met de sector heb ik alle medewerkers en vrijwilligers uit de daklozensector trouwens nog meer leren bewonderen, zowel medewerkers van de Samusocial als van andere organisaties. Hun inzet is enorm in een moeilijke sector. Het zijn toegewijde medewerkers, die hun job met hart en ziel deden. Ook had ik op menselijk vlak bewondering voor de directrice van Samusocial, Pascale Peraita. Maar het beheer van een vzw is van een verschillende orde. De bijzonder moeizame discussies die er geweest zijn met Pascale Peraita, hadden steevast te maken met het toenmalige beheer, en meer in het bijzonder met het financieel beheer van de Samusocial.

Een ander discussiepunt tussen mij en Samusocial lag op inhoudelijk vlak. Hoewel noodopvang altijd nodig zal zijn, ben ikzelf vooral voorstander van het geven van structurele hulp aan dak- en thuislozen. Het beleid en het gros van de middelen moeten zich dan ook vooral focussen op deze structurele hulp. We moeten deze mensen de juiste begeleiding geven, zodat ze uit de situatie van thuisloosheid geraken. Samusocial doet echter vooral aan noodopvang en veel minder aan structurele opvang. Net daarom wilde ik ook graag met andere organisaties uit de daklozensector samenwerken, die vooral een structurele aanpak genegen zijn.

Relatie met het federale niveau

In september 2010 spreek ik toenmalig Premier Yves Leterme aan over de opvangproblematiek. Ik vroeg hem om extra ondersteuning van de federale overheid, omdat daklozen uit het hele land naar de Brusselse Winteropvang afzakten. Ook boden zich steeds meer asielzoekers en ‘sans-papiers’ aan voor een plaats in de Brusselse Winteropvang. Ik vond het niet kunnen dat de GGC alle (financiële) lasten moest dragen. Temeer, omdat de GGC een armlastig bestuur was. De opvang van daklozen in Brussel vergt de solidariteit van alle besturen. De opvang van deze mensen was (en is voor mij nog steeds) een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het Brusselse en het federale niveau. Als gevolg van mijn vraag nam Yves Leterme het initiatief om een federale Crisiscel op te richten, waarin alle actoren (waaronder Samusocial en de bevoegde kabinetten) vertegenwoordigd zijn.

De toenmalige bevoegde staatssecretaris op federaal vlak was Philippe Courard. Vanaf eind 2011 treedt een nieuwe federale regering aan waarin Maggie De Block staatssecretaris voor Asiel en Migratie wordt.

Philippe Courard had als federaal staatssecretaris niet bepaald een prioriteit gemaakt van de opvang en de samenwerking rond dak- en thuislozen in Brussel. Zijn opvolger, Maggie De Block, daarentegen nam dit thema wel  een stuk pro-actiever op omwille van de groeiende stroom aan oorlogsvluchtelingen.  Ze zoekt mee naar geschikte gebouwen voor de Winteropvang en maakt ook de nodige financiële middelen vrij voor de opvang van daklozen in Brussel.

Maggie De Block en haar administratie Fedasil deden eveneens een beroep op Samusocial voor de opvang van daklozen en asielzoekers. Dit verlichtte vanaf eind 2011 de druk op de Brusselse Winteropvang. Keerzijde van de medaille was wel dat de Samusocial nu echt een quasi-monopolist inzake daklozenopvang werd, iets waar de vzw trouwens al jaren van droomde. Ook ging Maggie De Block ervan uit dat de Samusocial goed werk leverde. Een controle van de boekhouding van de vzw vond ze dus geen prioriteit op een ogenblik dat de bevoegde GGC-collegeleden dit stilaan wel nodig begonnen te vinden.

Conventies

Voor de organisatie van de Winteropvang wordt vanaf 2011-2012 met een jaarlijkse conventie gewerkt. Dit was een uitdrukkelijke wens van de bevoegde GGC-Collegeleden.  In de eerste jaren van de legislatuur stelden we immers vast dat de Samusocial de (mondelinge) afspraken rond de organisatie van de Winteropvang amper respecteerde. Zo vroegen de GGC-Collegeleden aan de Samusocial om samen te werken met andere organisaties uit de sector om de Winteropvang in goede banen te leiden, maar in de praktijk was er van samenwerking maar weinig sprake.

Een andere aanleiding om met conventies te werken was het feit dat de Winteropvang 2010-2011 in Etterbeek tot heel wat overlast met de buurt had geleid. De GGC-Collegeleden wilden daarom schriftelijke afspraken om de overlast van de Winteropvang tot een absoluut minimum te beperken.

Tijdens de ultieme gesprekken over de eerste conventie in 2011 toonde Yvan Mayeur (als toenmalig OCMW-voorzitter van Brussel-stad en voorzitter van Samusocial) overigens meer bereidheid tot samenwerken dan directrice Pascale Peraita. Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat er tussen hen beiden een politiek spelletje gespeeld werd, namelijk  dat van de ‘good cop’ en de ‘bad cop’.

In totaal zouden in de voorbije legislatuur 3 van dergelijke conventies worden afgesloten. Deze Conventies hebben een gradueel karakter. We trekken telkens lessen uit de voorbije Winteropvang in functie van de volgende Winteropvang:
- De eerste conventie in 2011-2012 wordt enkel ondertekend tussen de GGC en Samusocial.
- De tweede conventie in 2012-2013 installeert een Coördinatiecomité voor de Winteropvang. Dit comité moest de praktische organisatie van de Winteropvang in goede banen leiden. Dit Coördinatiecomité kwam op geregelde tijdstippen samen op mijn kabinet. Alle betrokken partijen waren erin vertegenwoordigd: de betrokken Brusselse en federale kabinetten, de organisaties uit de sector (Samusocial, La Strada, Hoeksteen vzw), het OCMW van de stad Brussel, de openbare ziekenhuizen, de MIVB, de NMBS, de politiediensten, enzovoort. Het waren de bevoegde Brusselse kabinetten die de vergadering in goede banen leidden. La Strada was aangesteld als secretaris van het coördinatiecomité. Het statutair vastgelegde doel van deze laatste vzw was om samenhang te brengen tussen alle Brusselse actoren in de thuislozenzorg en de betrokken politieke instanties. Met La Strada werd trouwens ook een aparte conventie opgesteld.
- De derde conventie voor de Winteropvang van 2013-2014 wordt voor het eerst ook medeondertekend  door het OCMW van de stad Brussel.

De meeste elementen uit deze conventies zijn door de huidige bevoegde Collegeleden overgenomen in het beheerscontract 2015-2019 dat deze legislatuur werd afgesloten voor de organisatie van de Winteropvang.

Tijdens deze vergaderingen van het Coördinatiecomité voor de Winteropvang merkten mijn kabinetsmedewerkers trouwens vrij snel een belangrijk spanningsveld op in de sector. Vooral tussen Samusocial en La Strada verliepen de relaties bijzonder stroef. La Strada was in 2007 opgericht en gold als een overkoepelend Steunpunt Thuislozenzorg. Deze oprichting van La Strada was duidelijk niet naar de zin van de leiding van Samusocial. Dat Samusocial niet moest weten van La Strada werd bijvoorbeeld pijnlijk duidelijk toen La Strada, op vraag van het GGC-Collegeleden, in 2011 een evaluatie moest maken van de voorbije Winteropvang 2010-2011. Ook de gemeente Etterbeek werd trouwens betrokken bij deze evaluatie, aangezien de Winteropvang op het grondgebied van de gemeente had plaatsgevonden (zie ook het verslag van de gemeente Etterbeek hierover). Zo werd het La Strada zeer moeilijk gemaakt om deze evaluatie effectief uit te voeren bij gebrek aan informatie vanuit Samusocial. De resultaten van deze evaluatie leidden bovendien tot zware woorden met de leiding van de Samusocial. Het werd me toen helemaal duidelijk dat Samusocial zich gedroeg als een monopolist die andere organisaties het licht in de ogen niet gunde.
 
 


2. FINANCIERING:


GGC-subsidies

Vanuit de GGC zijn de subsidies voor de Winteropvang tussen 2009 en 2014 telkens substantieel verhoogd. Dit was verre van evident, omwille van de precaire financiële situatie van de GGC-administratie.  Zeker in het begin van de vorige legislatuur beschikte de GGC amper over financiële middelen. In die periode werd door sommigen zelfs geopperd om de GGC gewoon af te schaffen. Het was dan ook telkens een hele strijd om bijkomende middelen voor de Winteropvang vrij te maken. Dit was extra pijnlijk, omdat er tezelfdertijd een duidelijke stijging was van het aantal daklozen in Brussel, terwijl er onvoldoende middelen waren om in bijkomende opvangplaatsen te voorzien. 

De GGC-collegeleden wisten dat de Samusocial goede samenwerkingsrelaties onderhield met het OCMW van Brussel-stad. Yvan Mayeur was zowel voorzitter van de Samusocial als voorzitter van het OCMW. Het personeel van het OCMW werd bijvoorbeeld ingeschakeld bij het opzetten van de Winteropvang. Hierover bestond echter geen enkele openheid of doorzichtigheid. De Samusocial weigerde ook elk inzicht en beriep zich op zijn statuut van private vzw. Wat ik en mijn Kabinet totaal niet wisten, was dat het OCMW van Brussel-stad financiële  voorschotten gaf aan de Samusocial, wellicht om personeel te betalen. En dit, zo werd ons later gezegd, omdat de GGC haar financiering van de Winteropvang te laat betaalde. Dit kwam aan het licht in een gesprek met Yvan Mayeur, toen hij bij de besprekingen van een conventie bij de Winteropvang liet weten dat het toch niet normaal was dat het OCMW van Brussel-Stad de Winteropvang van de GGC moest pre-financieren. Blijkbaar was deze prefinanciering door het Brusselse OCMW in de loop der jaren een gangbare praktijk geworden. Deze prefinanciering  gebeurde trouwens op voorstel van Samusocial zelf. De Samusocial  moest dan na ontvangst van de subsidies van de GGC dit geld terugbetalen aan het OCMW van de stad Brussel. De subsidies werden door de GGC dan weer uitbetaald na de jaarlijkse begrotingsaanpassing of met middelen uit de begroting van het komende jaar.

Plots werd deze situatie als drukkingsmiddel tegen het GGC-college gebruikt. Nu we dit wisten, was het voor mij absoluut duidelijk dat deze situatie niet mocht blijven duren en wilde ik het graag zo snel mogelijk veranderen. Deze prefinanciering plaatste de GGC ook in een zwakkere onderhandelingspositie ten opzichte van de Samusocial en het OCMW van de stad Brussel. Het jaarlijks moeten vragen van prefinanciering van de Winteropvang aan het Brussels OCMW zou het voor de GGC immers een stuk moeilijker maken  om zware eisen inzake onder meer openheid en doorzichtigheid  van bestuur  te stellen aan de Samusocial en aan het Brusselse OCMW.

Om een einde te maken aan deze prefinanciering heb ik, samen met Evelyne Huytebroeck, vanaf de begroting 2012 getracht om de financiering van de Winteropvang te voorzien vóór aanvang van de winteropvang van november. Maar het aantal daklozen bleef stijgen, terwijl er een gebrek aan middelen bleef. We zijn er uiteindelijk op het einde van de legislatuur in geslaagd om een einde te maken aan het systeem van prefinanciering van de Winteropvang door het OCMW van de stad Brussel. Vanaf de Winteropvang 2014-2015 was voor het eerst niet langer prefinanciering nodig door het OCMW van de stad Brussel. We hebben dus voor onze politieke opvolgers gezorgd!

Alle proporties in acht genomen kon de Samusocial in de voorbije regeerperiode trouwens rekenen op stevige subsidiëring vanuit de GGC:
- Er was een jaarlijkse subsidie van 1,2 miljoen euro voor de permanente opvang van 110 mensen tijdens het jaar. Dit bedrag werd door het GGC-College bewust nooit geïndexeerd, omdat de Samusocial resoluut weigerde om het personeelsorganigram vrij te geven. Andere vzw’s deden dit trouwens wel, waardoor hun middelen wel geïndexeerd werden. Hierover ontstond regelmatig een conflict met de directie van de Samusocial, maar het GGC-College hield consequent het been stijf.
- Voor de Winteropvang stegen de subsidies aan Samusocial van 725.000 euro voor de Winteropvang 2009-2010 tot liefst 1,36 miljoen euro voor de opvang in de winter van 2012-2013 en voor de opvang 2013-2014 kwam het geheel op 1,49 miljoen euro voor de Samusocial.

Samusocial hanteerde trouwens een zeer agressieve stijl om telkens maar nieuwe subsidies los te peuteren. Het kwam erop neer dat ze telkens meer geld vroegen om zelfs minder mensen hoeven op te vangen. Daarbij aarzelde de vzw niet om via de pers en via interne vergaderingen emotionele chantage te plegen. Het luidde dan dat de Brusselse daklozen in de kou bleven staan, indien Samusocial geen bijkomende subsidies kreeg… Tijdens vergaderingen klonk het bijvoorbeeld dat “Si il y a des morts cette nuit, c’est la faute des cabinets”.

Vragen over efficiënt beheer

Gaandeweg rezen er op mijn kabinet vragen over het beheer van de vzw en over de efficiëntie van de (financiële) organisatie van de Winteropvang. We kregen namelijk amper inzicht in de werking van de Samusocial. De Samusocial verschool zich immers achter haar statuut van private vzw. De advocaat van de Samusocial, Marc Uyttendaele, liet mijn kabinet dan ook per brief weten dat we geen inzage konden krijgen in de facturen van een private vzw. Nochtans waren er op mijn kabinet twijfels over de door Samusocial ingediende hoge facturen voor telefoononkosten, teambuildingactiviteiten in het buitenland, het aantal personeelsleden in het kader van de Winteropvang, enzovoort.  Ook konden we niet uitsluiten dat de Samusocial dubbele facturen indiende: werd eenzelfde factuur niet bij verschillende overheden ingediend?

Tot slot wil ik nog benadrukken dat er op mijn kabinet weliswaar twijfels bestonden over de doelmatige besteding van de publieke middelen, maar dat we nooit enig vermoeden hadden over de uitbetaling van zogenaamde presentiegelden aan bestuursleden in de periode 2009-2014. Dat is bij ons gewoonweg nooit opgekomen. Zoiets behoort trouwens tot de verantwoordelijkheid van de vzw zelf. Aan hun inkomstenzijde hadden we ook geen zicht op de bedragen van subsidies van andere overheden, giften of van andere inkomensbronnen.

Zowel op mijn kabinet als op dat van Evelyne Huytebroeck wilden we daarom een strakkere controle op de correcte besteding van de GGC-subsidies. De GGC-administratie was zelf niet erg happig om deze controles uit te voeren, omwille van het juridische statuut van de Samusocial als private vzw. Maar ook het opvliegende temperament van Pascale Peraita schrikte de administratie af om verdere controles te houden. Bepaalde ambtenaren spraken zelfs onomwonden over een ‘angstregime’, wanneer het over de directie van de Samusocial ging.

Om een beter zicht te krijgen op de besteding van de middelen zijn medewerkers van mijn kabinet zelf nog verantwoordingsstukken van de Samusocial gaan inkijken op de GGC-administratie. Dit was nochtans helemaal niet de kerntaak van een ministerieel kabinet dat vooral de grote beleidslijnen moet uitzetten.

Inspectierapport

Om inzage te krijgen in de financiën van de Samusocial, wilden de GGC-Collegeleden eind 2012 een waarnemer in de Raad van Bestuur van de Samusocial. Rechtstreekse aanleiding voor deze eis om een waarnemer was de vraag van de Samusocial om GGC-subsidies voor 150 extra opvangplaatsen in het kader van de Winteropvang 2012-2013. Het kwam erop neer dat de Samusocial telkens maar meer geld vroeg zonder dat duidelijk was of dit geld goed besteed werd.

Het kabinet van Minister-President Charles Picqué werd echter zwaar onder druk gezet door de leiding van Samusocial om geen waarnemer in de Raad van Bestuur van Samusocial te aanvaarden. In de finale tekst van het collegebesluit van het GGC-College van januari 2013 luidde het daarom dat ‘de vzw Samusocial uitgenodigd werd om de bijdrage van de bevoegde GGC-Collegeleden te versterken bij de ontwikkeling van de strategie voor noodopvang’.  Indien de bevoegde Collegeleden bleven hameren op de aanwezigheid van een waarnemer van het GGC-College in de Raad van Bestuur van de Samusocial, werd de tekst gewoon niet aanvaard binnen het GGC-College.

Als compromis werd in hetzelfde College op 24 januari 2013 wel beslist tot een financiële doorlichting van de Samusocial door de Inspectie Financiën van de GGC. Dit was voor ons, als bevoegde Collegeleden, het “minimum minimorum”. Het was erg belangrijk dat er een grondige controle kon plaatsvinden naar de geldstromen van de Samusocial, al was het maar voor één welbepaald jaar.

Toenmalig minister-president Charles Picqué liet me na dat College persoonlijk weten dat hij opgetogen was dat er een doorlichting kwam van de financiën van de Samusocial. Dit feit toont voor mij aan dat er vanuit de PS een diffuse houding werd aangenomen tegenover de Samusocial. Enerzijds was er een strekking die zich ook vragen stelde bij de gang van zaken binnen Samusocial en die een gewestelijke controle dus wel genegen was. Maar anderzijds was er ook een stroming binnen de PS  die zich steevast verzette tegen  een externe controle op de Samusocial. Deze stroming had ook aanhang op het kabinet van de minister-president. Het is in elk geval duidelijk dat Mayeur en Peraita het kabinet van de minister-president gebruikten om druk uit te oefenen en zich te verzetten tegen voorstellen van de bevoegde GGC-Collegeleden, die hen niet zinden. 

Dit rapport van de Inspectie Financiën was klaar op 30 september 2013. Uiteraard moest dit rapport eerst besproken worden binnen het GGC-College en vervolgens naar de Samusocial gestuurd worden. Maar tot onze spijt werden bepaalde delen van dit rapport in oktober 2013 vrijwel meteen gelekt naar de pers. Dit rapport zou ook de relaties tussen de kabinetten en de leiding van de Samusocial ernstig bemoeilijken.

De Samusocial weigerde toen ook om de Conventie voor de Winteropvang 2013-2014 te ondertekenen. Was deze houding ingegeven omwille van het uitlekken van het inspectierapport in de pers? Kwam het door het uitlekken van het riante loon of van de OCMW-woning van Pascale Peraita in de pers? Dit is moeilijk te zeggen. De Winteropvang 2013-2014 is uiteindelijk pas gestart op 21 november 2013. Gelukkig waren de temperaturen mild voor de tijd van het jaar.
 
 
Conclusies Inspectierapport

We hebben de conclusies uit het Inspectierapport zeer ernstig genomen. In de Conventie voor de Winteropvang 2013-2014 werd bijvoorbeeld al rekening gehouden met deze conclusies. Dan denk ik aan zaken als:
- De invoering van de analytische boekhouding door de Samusocial.
- Vooraf werd tussen GGC en Samusocial een limitatieve lijst opgesteld van zaken die in aanmerking kwamen voor subsidiëring. Dit moest discussies achteraf vermijden.
- Een vlottere communicatie over het verloop van de Winteropvang. De GGC-kabinetten kregen bijvoorbeeld een dagelijks overzicht van het aantal daklozen dat door Samusocial werd opgevangen.

Ook werd het een feit dat het OCMW van de stad Brussel vanaf de Winteropvang 2014-2015 niet meer hoefde te pre-financieren.

De Samusocial moet zich voortaan ook houden aan de wetgeving op overheidsopdrachten bij het uitschrijven van openbare aanbestedingen.

Als reactie op dit inspectierapport liet de toenmalige leiding van de Samusocial ons trouwens per brief weten dat ze zich grotendeels kon vinden in de conclusies ervan.

De controle van de Inspecteur Financiën had trouwens ook beperkingen. De Inspecteur Financiën van de GGC kon bijvoorbeeld niet nagaan of de subsidies van andere overheden goed werden besteed en of er sprake was van dubbele financiering.

Verschuivingen binnen Samusocial

In het najaar van 2013 doen zich een aantal verschuiven voor aan de leiding van de Samusocial.  Yvan Mayeur vertrekt als voorzitter van het Brusselse OCMW om burgemeester van de stad Brussel te worden. Wel blijft hij tot maart 2015 actief als voorzitter van Samusocial.

Als voorzitter van het Brusselse OCMW werd Mayeur vervangen door Pascale Peraita. Op 16 december 2013 verliet ze haar directiepost bij Samusocial.  Ze werd bij Samusocial vervangen door 2 nieuwe co-directeurs, Laurence Bourguignon en Gregory Polus. Deze nieuwe directie hanteerde een andere leiderschapsstijl en stond ook meer open voor samenwerking. Zo kregen de bevoegde GGC-kabinetten, dagelijks, van Gregory Polus, cijfers over het aantal daklozen dat in het kader van de Winteropvang door Samusocial werd opgevangen.

Vlak voor haar vertrek als directrice was er in oktober 2013 in de media ook veel te doen over het zeer hoge salaris van directrice Pascale Peraita. Haar loon werd in de pers gelekt samen met de conclusies van het Inspectierapport. We hebben samen met de GGC-administratie meteen nagegaan of het loon van Pascale Peraita conform was met de bestaande loonbarema’s binnen de GGC. Ze bleek betaald te worden op het niveau van directeur volgens de barema’s van de GGC, rekening houdend met haar anciënniteit. Op GGC-niveau werd ze dus 100 procent betaald volgens de gangbare barema’s. Indien Pascale Peraita een hoger salaris kreeg, kwam dit dus door toedoen van andere subsidiërende overheden of andere geldbronnen. Mogelijks was er hier sprake van dubbele financiering.


Families met kinderen
 
Begin 2014 werden we ook geconfronteerd met een toename van het aantal daklozen, en met de vraag waar families met kinderen na de Winteropvang naartoe konden. De GGC moest daardoor dringend op zoek naar extra opvangplaatsen. Aangezien de GGC krap bij kas zat, vroeg het GGC-College aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om financieel bij te springen. Daarom heeft de gewestregering in het voorjaar van 2014 nog beslist om een bedrag van 500.000 euro over te schrijven aan de GGC. Dit kon weliswaar weer pas na de begrotingsaanpassing van de nieuwe regering. Ook daar heeft het OCMW van Brussel een prefinanciering toegestaan aan de Samusocial. Ditmaal op vraag van het GGC-college. Dit gebeurde officieel en per brief. De opvang van families met  kinderen kon daardoor ook verlengd worden tot eind juni 2014, wat de schoolgaande kinderen toeliet om hun schooljaar af te maken.
 
 
 
3. BESLUITEN:

Ondanks de moeilijke budgettaire context heb ik in de voorbije legislatuur samen met mijn kabinet veel inspanningen geleverd voor de organisatie van de Winteropvang. We hebben steeds extra middelen gezocht en gevonden om het hoofd te bieden aan het groeiende aantal dak- en thuislozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarbij konden we steeds rekenen op een pak gemotiveerde medewerkers en vrijwilligers van daklozenorganisaties, die schitterend werk leverden.

Wel hadden we vaak zware discussies met Pascale Peraita en Yvan Mayeur over het beheer van de vzw Samusocial en over de doelmatige aanwending van de GGC-subsidies.

Deze moeilijke discussies stopten trouwens toen eind 2013 een nieuwe 2-koppige directie aantrad. Ze hanteerden een totaal andere leiderschapsstijl en toonden veel meer openheid. Daardoor ontstond een veel betere samenwerking met de kabinetten en met de andere organisaties uit de sector.

In de voorbije legislatuur zijn ook belangrijke stappen gezet om inzage te krijgen in de geldstromen van de Samusocial:
o Vanaf 2011 werd gestart met het opmaken van conventies die de organisatie van de Winteropvang regelen. Deze conventies zijn in de daaropvolgende jaren steeds verfijnd en uitgebreid. Denk maar aan de installatie van een Coördinatiecomité vanaf 2012 en aan de medeondertekening van de Conventie door het Brusselse OCMW vanaf 2013.
o Op mijn initiatief en dat van Evelyne Huytebroeck werd in 2013 overgegaan tot het inspectierapport van de Inspectie Financiën van de GGC. 
o Een aantal van de conclusies van dit inspectierapport werd onmiddellijk  in de praktijk gebracht:
 Introductie van een analytische boekhouding.
 Het opstellen van lijst van zaken die in aanmerking komen voor subsidiëring.
 Een vlottere communicatie over de Winteropvang.
 Geen prefinanciering meer door het Brusselse OCMW.
 Respect voor de wetgeving op overheidsopdrachten.
 
 
 
Ik zou hier graag mijn uiteenzetting willen beëindigen. Ik sta uiteraard ter uwer beschikking voor verdere vragen en verduidelijkingen.
 
 
 
 
Brigitte GROUWELS
Brussels parlementslid
Categorie: 
 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter