29 maart 2011

Vier grote uitdagingen voor Nederlandstalige kinderopvang in Brussel

 

Brigitte Grouwels (CD&V), VGC-collegelid bevoegd voor Welzijn, Gezondheid en Gezin, heeft samen met de Universiteit Gent de behoeften van de Nederlandstalige kinderopvang in Brussel in kaart gebracht. Het document, de Cartografie van de Brusselse Nederlandstalige Kinderopvang 2’, vormt voor minister Grouwels de leidraad om het beleid op het vlak van kinderopvang verder vorm te geven. Volgens deze studie staat de Nederlandstalige kinderopvang in Brussel de komende jaren voor 4 grote uitdagingen. Het document is het vervolg van een eerdere studie uit 2005.

De nieuwe studie stelt dat het beleid op het vlak van kinderopvang voor 4 grote uitdagingen staat:

1. Nood aan meer kinderopvang

Vaststelling

Het Nederlandstalige opvangaanbod in Brussel is de voorbije jaren sterk gegroeid met 10 procent meer erkende en gesubsidieerde plaatsen, maar het aantal kinderen tussen 0 tot 3 jaar is nog sterker gegroeid en blijft toenemen. Om in 2020 voor 50 procent van de kinderen een plaats te hebben volgens de Pact 2020-norm zijn 4.551 extra Nederlandstalige plaatsen nodig. Dat komt neer op een groei van 455 plaatsen per jaar.

De Cartografie-studie stelt dat het gewoonweg uitbreiden van bestaande voorzieningen niet zal volstaan", besluit minister Grouwels. "Daarom wordt voorgesteld nieuwe vestigingsplaatsen van bestaande voorzieningen op te starten, zodat de bestaande know-how optimaal kan worden benut. Voorts wordt gesuggereerd om samen te werken met beleidsdomeinen zoals onderwijs en cultuur. Zo zou bij de inrichting van grote gebouwencomplexen bijvoorbeeld ook plaats voorzien kunnen worden voor kinderopvang."

Een ander opvallend gegeven uit de studie is dat het aanbod aan betaalbare opvangplaatsen nog steeds het kleinst is in de armste gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Actiepunten

Om tegemoet te komen aan de nood aan extra opvangplaatsen, voorziet collegelid Grouwels in de verdere uitbouw van een fijnmazig en behoeftedekkend Nederlandstalig aanbod:

- De VGC overlegt met de Vlaamse Gemeenschap over een verder groeipad om op termijn te komen tot een behoeftedekkend aanbod. De Task Force Brussel, waarin beide overheden een globaal actieplan voor Brussel voorbereiden, kan daarbij een belangrijk rol spelen.
 

- De VGC stimuleert en ondersteunt initiatiefnemers om de opvangcapaciteit te verhogen. Dit gebeurt door middel van (aanvullende) investeringssubsidies en/of subsidies voor tijdelijke huisvesting. De VGC voorziet dit jaar voor het eerst ook in startsubsidies voor capaciteitsuitbreiding (met Stedenfonds-middelen), in afwachting van subsidiëring door Kind en Gezin.
 

- De VGC zal in haar uitbreidingsbeleid enerzijds een evenwichtige spreiding over doelgroepen en gemeenten nastreven. Dat betekent dat er relatief meer plaatsen zullen bijkomen in gemeenten met een lage (inkomensgerelateerde) dekkingsgraad. Anderzijds zullen brede projecten worden opgezet, in de eerste plaats in aansluiting op uitbreiding in het kleuteronderwijs.

2. Meer sociaal opnamebeleid

Vaststelling

Wat deze uitdaging betreft werd de voorbije jaren een grote vooruitgang opgetekend. De nieuwe Cartografie toont aan dat er een grote mentaliteitswijziging is opgetreden op het vlak van voorrangsbeleid in vergelijking met 2005.

Tegenover 2005 is het aandeel van de eenoudergezinnen en gezinnen met een lager dan gemiddeld inkomen meer dan verdubbeld. In vergelijking met de rest van Vlaanderen bereiken beduidend meer kinderdagverblijven de 20%-norm van de Vlaamse regering.

Deze goede resultaten zijn duidelijk het gevolg van het sturend VGC-beleid ter zake. Er is de afgelopen jaren dan ook een groot draagvlak in de sector gecreëerd om dit beleid voort te zetten.

Actiepunten

In het nieuwe Beleidsplan Gezin is een evenwichtig opnamebeleid een belangrijk aandachtspunt. Enerzijds moet de sociale functie van kinderopvang verder worden versterkt. Anderzijds blijft het wenselijk dat voorzieningen tot op zekere hoogte voorrang kunnen geven aan gezinnen die thuis (ook) Nederlands spreken.

3. Meer betaalbare Nederlandstalige plaatsen in de zelfstandige opvang

Vaststelling

De noodzakelijke grote uitbreiding van de Nederlandstalige en betaalbare opvangcapaciteit zal via meerdere sporen verlopen. Naast de erkende en gesubsidieerde voorzieningen (openbare besturen en vzw’s) kan ook de zelfstandige sector mee instaan voor bijkomend aanbod.

Uit de cijfers van de nieuwe Cartografie blijkt echter dat de zelfstandige voorzieningen met het attest van toezicht van Kind en Gezin in de grote meerderheid van de gevallen een ééntalig Franstalige werking hebben, namelijk voor 72,55 procent van de capaciteit.

Van de zelfstandige kinderdagverblijven met een Nederlandstalige (of tweetalige) werking zijn er slechts 22 met een totale capaciteit van 359 plaatsen die een dagprijs vragen die lager dan of gelijk is aan 27 euro. Dat bedrag komt overeen met de gegarandeerde dagprijs voor zelfstandige kinderdagverblijven die, met toestemming (en middelen) van Kind en Gezin, werken volgens het inkomensgerelateerde systeem. Beide aspecten (werkingstaal en dagprijs) maken het op korte termijn weinig waarschijnlijk dat veel zelfstandige voorzieningen in dat systeem zullen instappen.

Actiepunten

De VGC zal bijkomende inspanningen doen om (nieuwe) zelfstandige voorzieningen die een Nederlandstalige of tweetalige werking beogen te ondersteunen en aan te moedigen om, waar realistisch, in te stappen in het systeem van de inkomensgerelateerde kinderopvang. De VGC organiseert daarom vanavond, in samenwerking met Voorzet (de ondersteuningstructuur van de zelfstandige kinderopvang) en met UnieKO (de beroepsvereniging van de zelfstandige kinderopvang), een eerste vormingsmoment. Op korte termijn zal minister Grouwels aan haar Vlaamse collega Jo Vandeurzen vragen om de Brussel-voorafname in de lopende IKG-oproep (oproep inkomensgerelateerde kinderopvang), indien nodig, om te zetten naar extra erkende en gesubsidieerde plaatsen.

4. Vereenvoudigen van het zoekproces naar opvangplaatsen

Vaststelling

De Cartografie toont aan dat het plaatsgebrek ook blijkt uit de ervaringen van de ouders. Meer dan in de rest van Vlaanderen vinden ouders in Brussel geen (of laattijdig) een plaats in de Nederlandstalige kinderopvang. Het zijn vooral lager geschoolden en allochtonen die minder gemakkelijk opvang vinden. De gevolgen van het tekort zijn allesbehalve gender-neutraal: het zijn bijna steeds de moeders die minder werken, hun werk opzeggen, van werk veranderen of stoppen met een opleiding.

Actiepunten

In het beleidsplan Gezin is actief informeren van ouders en maximale toegankelijkheid een belangrijke doelstelling. De VGC zal in het najaar een gebruiksvriendelijke website lanceren en een nieuwe brochure verspreiden met een overzicht van het aanbod kinderopvang en preventieve gezinsondersteuning. Om de dienstverlening zo dicht mogelijk bij ouders te brengen en hen toe te laten hun opvangvra(a)g(en) slechts één keer te stellen voorziet de Vlaamse regering in de oprichting van het Nederlandstalige “lokaal loket” in Brussel. De VGC zorgt, in overleg met het werkveld, voor de organisatie van dat loket.

Categorie: 
Tags: 
 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter