14 oktober 2016

"Gedegouteerd en beschaamd door hardnekkig verzet tegen CETA-handelsakkoord"

 


Als voorzitster van de IPU België-Canada ben ik goed op de hoogte van de positieve banden tussen België en Canada op diverse vlakken: economisch, cultureel, politiek, enzovoort. Vandaag ben ik dan ook gedegouteerd en beschaamd door het hardnekkige verzet van bepaalde politieke partijen tegen het CETA-handelsverdrag tussen de EU en Canada.
 
Om diverse redenen is het CETA-verdrag immers een evenwichtig, noodzakelijk en ambitieus handelsakkoord:
 
- Ten eerste zal het verdrag zorgen voor een nieuwe handelsdynamiek tussen de EU en Canada. Europese exportbedrijven, waaronder vele KMO’s, worden bijvoorbeeld gespaard van meer dan 500 miljoen euro aan jaarlijkse invoerrechten op industriële en landbouwproducten. Of nog: Europese bedrijven die financiële of telecommunicatiediensten aanbieden krijgen voortaan vrije markttoegang in Canada. Dit geldt niet enkel op het federale (Canadese) niveau, maar voortaan ook (en dit voor het eerst) op het provinciale niveau in Canada.
 
- Ten tweede gaat het om een verdrag met een trouwe bondgenoot waarmee we fundamentele waarden, wortels en uitdagingen delen. Canada is een land dat arbeidsregels respecteert, waar vrije vakbonden functioneren, waar de vrije markt een stevige sociale correctie krijgt, een sociaal land, een land dat duurzame ontwikkeling belangrijk vindt en waar wij graag naar kijken om goede praktijken mee uit te wisselen.
 
CETA biedt dus belangrijke voordelen voor zowel Europese consumenten als voor Europese bedrijven. Ik voel dan ook plaatsvervangende schaamte bij het feit dat België (als enige Europees land) dit belangrijke handelsakkoord niet kan ratificeren. Ik heb sterk de indruk dat bepaalde politieke partijen hier vooral aan federale oppositie doen. Deze politieke spelletjes zijn trouwens ook nog eens bijzonder ongeloofwaardig. Deze politieke partijen, die tot 2014 op federaal vlak aan de macht waren, steunden dit akkoord tot voor kort immers volmondig.

De gevolgen van het afspringen van de CETA-deal kunnen dramatisch zijn: het komt neer op het bouwen van muren in plaats van bruggen te slaan. Met wie gaat Europa nog handel kunnen drijven? Welke positie zal Europa innemen in een onstabiele en snel veranderende wereld? Wat met de positie van Brussel als internationaal (handels)centrum en als hoofdstad van Europa?

Terwijl Europa nu nog een toonaangevende rol in de wereld speelt, dreigt Europa (met het afspringen van dit akkoord) naar de achterkamers van de wereld gebannen te worden. We zijn dan klaar om op alle vlakken 'quantite négligeable' te worden.

Dit is toch niet het Europa dat we willen achterlaten aan onze kinderen en kleinkinderen?


Brigitte GROUWELS

Brussels parlementslid
Voorzitter IPU België-Canda

 

Categorie: 
 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter