19 december 2016

"Elke leerkracht moet beschikken over masterdiploma"

 

Brigitte Grouwels en Paul Delva trekken conclusies na debatavond over onderwijs

 

Elke leerkracht moet een masterdiploma op zak hebben, het aanleren van de Nederlandse taal aan anderstalige leerlingen is een absolute prioriteit en elke leerling heeft recht op een persoonlijke coaching. Tot deze 3 besluiten komen de Brusselse CD&V-parlementsleden Brigitte Grouwels en Paul Delva na een druk bijgewoonde debatavond van CD&V-Brussel over onderwijsuitval.

 

Onder het motto 'Val niet uit, val op!' organiseerde CD&V Brussel op dinsdagavond 22 november een debatavond over schooluitval in Brussel. Volgens de laatste cijfers verliet in Brussel maar liefst 1 leerling op 6 het secundair onderwijs zonder diploma. Gemiddeld genomen zijn dat 3 à 4 leerlingen per klas.

Een land als Finland geniet al jarenlang een excellente reputatie op onderwijsvlak, met uitstekende PISA-resultaten tot gevolg. Daarom trokken vorig jaar enkele Brusselse jongeren, gelinkt aan het Jeugdhuis Chicago, naar Finland. Tijdens de debatavond werden de bevindingen van deze jongeren voorgelegd aan een panel van deskundigen, waaronder Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.

Na deze debatavond trokken de parlementsleden Brigitte Grouwels en Paul Delva 3 conclusies, die ze op alle beleidsniveaus willen verdedigen:

1. Om de kwaliteit van de leerkrachten te vergroten, moeten alle leerkrachten over een masterdiploma beschikken. Dit houdt in dat ook leerkrachten in het kleuter- en lager onderwijs een masterdiploma dienen te hebben. In heel wat Europese landen, waaronder Finland, is dit trouwens nu al het geval. Ook in de recente tekst van 'Het Nieuwe Wij-congres' pleit CD&V trouwens voor deze ‘vermastering’ van de lerarenopleiding. 

2. Het aanleren van de Nederlandse taal aan anderstalige leerlingen, is cruciaal. Wie de instructietaal niet onder de knie heeft, vertrekt niet met gelijke kansen. Om te beginnen pleiten Grouwels en Delva ervoor dat het Vlaamse decreet rond 'taalscreening en aangepast taaltraject' in de Nederlandstalige lagere scholen - en zeker ook in Brussel - consequent wordt toegepast. Dit decreet is in voege sinds september 2014 en houdt in dat leerlingen in het gewoon lager onderwijs die het Nederlands niet of onvoldoende machtig zijn, recht hebben op een aangepast taaltraject.

Brigitte Grouwels en Paul Delva: "Tijdens de debatavond werd door diverse experts terecht gewezen op het feit dat een basiskennis van de Nederlandse taal onontbeerlijk is om te kunnen volgen. De kloof blijft immers groot tussen leerlingen die de Nederlandse taal goed beheersen en leerlingen die onze taal minder goed onder de knie hebben. Daarom moeten we in Brussel zwaar inzetten op deze taalondersteuning." 

3. De leerlingen hebben recht op een persoonlijke aanpak. Huisbezoeken door de leerkrachten kunnen nuttig zijn om een grondig inzicht te verwerven in de thuissituatie van de leerlingen. Ook is dit een laagdrempelige manier om ouders meer te betrekken bij het onderwijs van hun kinderen. "In het lager onderwijs kunnen huisbezoeken zeer nuttig zijn", verklaren Grouwels en Delva. "Deze huisbezoeken versterken ook leerkrachten in hun rol van mentor en coach."

 

Brigitte Grouwels: "Elk kind heeft recht op een persoonlijk traject dat zijn talenten en capaciteiten maximaal erkent. Zo moeten huisbezoeken in het lager onderwijs bijvoorbeeld opnieuw normaal worden. De 3 maatregelen die CD&V voorstelt zullen ongetwijfeld bijdragen tot een belangrijke daling van de schooluitval in Brussel."

 

Paul Delva: "Jongeren die de school vroegtijdig verlaten, zijn dikwijls een vogel voor de kat. Deze 3 maatregelen kaderen in een visie op gelijke onderwijskansen. Kinderen vandaag tekenen de stad van morgen. Laten we hen helpen om er een prachtige tekening van te maken.”  

 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter