11 maart 2012

Decreet kinderopvang: VGC-Collegelid Brigitte Grouwels verbaasd over Franstalige kritiek

 

Brigitte Grouwels (CD&V), Brussels minister en VGC-Collegelid bevoegd voor Welzijn, Gezondheid en Gezin, neemt met stijgende verbazing kennis van bepaalde Franstalige reacties op het voornemen van het Vlaams Parlement om Nederlandstalige gezinnen in Brussel tot op zekere hoogte voorrang te geven in de gesubsidieerde kinderopvang die afhangt van de Vlaamse Gemeenschap.

VGC-Collegelid Brigitte Grouwels (CD&V) kan zich helemaal vinden in deze plannen van de Vlaamse overheid, en wel om volgende 4 redenen:

- Kinderopvang heeft een belangrijke pedagogische opdracht. Elk kind heeft recht op ontwikkeling. Het is de taak van de overheid om het kind hierin te ondersteunen. Een van de aspecten van de ontwikkeling is taal. Het vlot kunnen spreken van een taal bevordert de deelname aan de samenleving. Het is daarom belangrijk dat jonge kinderen, in hun meest gevoelige leeftijd voor taalontwikkeling, op een correcte wijze worden begeleid, ondersteund en omkaderd in hun verwerving van het Nederlands (de latere schooltaal). Waar die taalverwering binnen de kinderopvang elders in Vlaanderen vrij spontaan gebeurt (‘spelend leren’ van elkaar), is dat in het veelkleurige en meertalige Brussel niet evident. Daarom is een goede taalmix in de leefgroepen van kinderdagverblijven aangewezen en nodig.

- De Vlaamse Gemeenschap is bijzonder ambitieus in de uitoefening van haar bevoegdheden Brussel, ook op het vlak van kinderopvang. Meer bepaald wil de zij ook in de hoofdstad op termijn een behoeftedekkend aanbod uitbouwen en dit voor 30 procent van de Brusselse bevolking (de zogenaamde Brussel-norm). Als de Vlaamse Gemeenschap zoveel wil investeren in kinderopvang in Brussel, dan mag zij ook verwachten dat baby’s en peuters uit gezinnen waar (ook) Nederlands wordt gesproken daar voldoende in terecht kunnen.

- Het is de bedoeling van de Vlaamse Gemeenschap en de VGC om te komen tot een ‘evenwichtig opnamebeleid’ in de kinderopvang. Om dit te bereiken wordt zowel voorrang gegeven aan kwetsbare gezinnen (gezinnen met lage inkomens, eenoudergezinnen, enzovoort) enerzijds als aan gezinnen waar (ook) het Nederlands wordt gesproken anderzijds. Beide voorrangsregelingen houden elkaar in evenwicht en zijn dus niet absoluut, maar blijven binnen redelijke perken. Concreet geldt de voorrang voor Nederlandstalige gezinnen enkel voor de gesubsidieerde kinderopvang en slechts voor maximaal 55 procent van de opvangcapaciteit. Een soortgelijke regeling bestaat ook in het onderwijs, en die werd door het Grondwettelijk Hof recent nog gevalideerd.

- Waar de Vlaamse Gemeenschap in belangrijke mate haar verantwoordelijkheid opneemt in Brussel (de zogenaamde Brussel-norm), hinkt de Franse gemeenschap achterop, niet alleen op het vlak van onderwijs, maar ook voor de kinderopvang. Het wordt dringend tijd dat ze een tand bij steekt in het belang van de vele duizenden Brusselse kleuters en jongeren. Het kan niet de bedoeling zijn dat de Vlaamse Gemeenschap opdraait voor het feit dat de Franse Gemeenschap op dit ogenblik nog onvoldoende haar (financiële) verantwoordelijkheid opneemt in Brussel.

Achtergrond decreet kinderopvang

Op 28 februari 2012 werd in de commissie Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid van het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters goedgekeurd.

Via twee belangrijke amendementen van de meerderheid werd het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse kinderopvang in Brussel aangescherpt:

- Kinderen uit gezinnen waar Nederlands wordt gesproken krijgen tot op zekere hoogte voorrang. De nieuwe regeling ent zich op de bestaande regelgeving inzake onderwijs. Voor de gesubsidieerde kinderopvang wordt in het ontwerp van decreet een voorrang voorzien voor kinderen waarvan minstens één ouder het Nederlands voldoende machtig is en dit ten belope van maximaal 55 procent van de opvangcapaciteit.

- Actieve kennis van de Nederlandse taal van zowel verantwoordelijke als minstens één van de kindbegeleiders is een vergunningsvoorwaarde. Dit komt bovenop de eerder al in het ontwerp voorziene voorwaarde dat in de gesubsidieerde kinderopvang alle begeleiders actief Nederlands moeten kennen.
 

Categorie: 
Tags: 
 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter